De schuldaansprakelijkheid ingevolge artikel 7:658 BW is gegrond op – enerzijds – de zeggenschap die de werkgever over het werk en de werkomstandigheden heeft en – anderzijds – op de ondergeschiktheid en afhankelijkheid van de werknemer. Deze aansprakelijkheid laat zich moeilijk denken in een geval als het onderhavige dat erdoor wordt gekenmerkt dat de gelaedeerde werknemer, die tevens de hoedanigheid van feitelijk leidinggevende heeft en de hoogste beleidsbepaler van de werkgever was, zijn werkgever aansprakelijk houdt voor schade die hij heeft geleden doordat niet de redelijkerwijs van deze te vergen veiligheidsmaatregelen zijn getroffen.

Het zou in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid die een directeur / grootaandeelhouder jegens de vennootschap in acht dient te nemen, dat deze zijn vennootschap aansprakelijk houdt voor schade die hij lijdt doordat hijzelf zijn taak als bestuurder niet naar behoren heeft uitgevoerd. Nu er geen vordering op de vennootschap is, is de verzekeraar van die vennootschap niet tot vergoeding van deze schade gehouden.

De volledige uitspraak kunt u nalezen op onze Facebook pagina.